• Dankzij een vrij gunstig financieel klimaat en forse investeringen in technologie bleef de algemene economische situatie In 2025 veerkrachtig, met een wereldwijde groei van het BBP van 3,4%. In de EU viel de economische groei eerder bescheiden uit (+1,6%) en de OESO voorspelt voor 2026 een gematigde wereldwijde groei van het BBP van 2,9%, terwijl de voorspellingen van het IMF voor 2026 uitgaan van een algemene groei van het BBP van 3,1%.
• De handelsvolumes namen wereldwijd gezien in 2025 met 5,1% toe. Dat neemt niet weg dat de leverketens nog steeds structurele veranderingen ondergingen, die het gevolg zijn van een sterkere fragmentering van de handel, politieke onzekerheid en geopolitieke spanningen die de internationale handelsstromen beïnvloeden.
• De grondstoffenmarkten bleven in 2025 meestal vrij gunstig, met lagere aardolieprijzen waardoor de vervoerskosten afnamen. Tegen het einde van het jaar hebben de stijgende energieprijzen en de verstoringen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten de situatie voor de binnenvaart echter volatieler gemaakt, wat vooral de chemische sector en de be- en verwerkende industrie trof.

 

ECONOMISCH OVERZICHT

  • Dit hoofdstuk is gebaseerd op recente analyses uit de World Economic Outlook van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van april 2026, aangevuld met de Economic Outlook van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van maart 2026, de Global Trade Update van de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) van maart 2026 en de Economische Voorjaarsprognoses 2026 van de EC, en biedt een overzicht van de macro-economische context en de gevolgen daarvan voor de binnenvaart.
  • In 2025 was de wereldeconomie over de gehele linie gezien veerkrachtig en waren de resultaten beter dan aanvankelijk verwacht. De wereldwijde BBP-groei bedroeg in 2025 +3,4%, een resultaat dat werd ondersteund door gunstige financiële omstandigheden, fiscale tegemoetkomingen in belangrijke economieën en forse investeringen in technologie. Tegelijkertijd bleef de wereldwijde inflatie grotendeels ongewijzigd, met een jaarpercentage van 4,1%, wat wereldwijd enige stabiliteit bood voor de koopkracht van huishoudens. Het economisch herstel bleef echter ongelijk verdeeld over de verschillende regio’s. In de EU was het macro-economische klimaat gematigder. De EU noteerde in 2025 een economische groei van 1,6% en de eurozone slechts 1,4%, terwijl de consumentenprijzen in de eurozone met 2,1% stegen. In gebieden die bijzonder relevant zijn voor de Rijnvaart, zoals Duitsland, was de groei zwak met 0,2%. Deze werd geremd door een zwakke industriële activiteit en aanhoudende problemen in de verwerkende industrie. Nederland deed het iets beter met een reële BBP-groei van 1,9% in 2025. België noteerde in datzelfde jaar een bescheiden groei van 1,0%.
  • Volgens zowel het IMF als de OESO zal de wereldwijde groei in 2026 naar verwachting afvlakken. De OESO verwacht dat de wereldwijde BBP-groei in 2026 zal afnemen tot 2,9%, en het IMF voorspelt een wereldwijde BBP-groei van 3,1%. Beide instellingen noemen dezelfde belangrijkste oorzaken voor deze neerwaartse bijstelling van de wereldwijde vooruitzichten: de onvoorspelbare aard van het conflict in het Midden-Oosten en de daaruit voortvloeiende verstoringen op de energiemarkten. Verwacht wordt dat hogere energieprijzen de bedrijfskosten zullen opdrijven en de vraag zullen drukken. Bijgevolg verwacht de OESO dat de totale inflatie in de G20 in 2026 toch nog zal stijgen tot 4,0%, terwijl het IMF eveneens voorspelt dat de wereldwijde consumentenprijzen zullen stijgen met 4,4%. Bovendien zal de BBP-groei in de EU volgens de economische prognose van de EC naar verwachting afvlakken tot 1,1% in 2026 (0,9% in de eurozone), na een groei van 1,5% in 2025. Daarnaast zal de inflatie in de EU volgens de EC in 2026 naar verwachting stijgen tot 3,1%, alvorens in 2027 af te nemen tot 2,4%.
  •  

    AFBEELDING 1: GROEIPERCENTAGE VAN HET BBP, CONSTANTE PRIJZEN


    ch1_fig1_raw data
    Bron: IMF World Economic Outlook Database, vooruitzichten van april 2026
     
     

HANDEL

  • Het wereldwijde handelsvolume kende in 2025 een groei van 5,1%.1 Deze sterke stijging werd deels aangedreven door een hogere uitvoer in de technologiesector en door bedrijven die hun invoer aan het begin van het jaar vervroegden in afwachting van nieuwe tarieven en hogere prijzen. Deze situatie zette zich voort tot begin 2026, waarbij de OESO meldde dat de wereldwijde exportorders in de verwerkende industrie hun hoogste niveau sinds november 2021 bereikten.
  • Ondanks deze groei zetten de veranderingen in de mondiale toeleveringsketens zich gedurende heel 2025 voort. De internationale handelsstromen ondergingen een heroriëntatie, met verschuivingen in handelsrelaties en een toenemende fragmentatie van de markten. Voor de Europese binnenvaart betekende de algemene toename van de wereldwijde handelsvolumes weliswaar een steun voor het containervervoer naar het achterland, maar de structurele verschuivingen in de toeleveringsketens en de zwakke binnenlandse vraag in belangrijke Europese economieën leidden ertoe dat de industriële goederenstromen beperkt bleven.
  • Volgens de Global Trade Update van de UNCTAD worden de structurele verschuivingen in de wereldhandel aangedreven door een overgang van niet-discriminerend handelsbeleid naar gedifferentieerde integratie en bilaterale overeenkomsten. Grote economieën maken in toenemende mate gebruik van unilaterale maatregelen, zoals exportbeperkingen, om doelstellingen op het gebied van industriebeleid en prioriteiten op het gebied van nationale veiligheid te bevorderen. Deze situatie heeft de onzekerheid op het gebied van het handelsbeleid vergroot. Voor bedrijven brengt dit hogere kosten met zich mee, terwijl de markttoegang voor producenten en investeerders een stuk onvoorspelbaarder wordt.
  • Deze situatie wordt versterkt door veranderende tariefregelingen en verstoringen in de wereldwijde logistiek. Met name het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten vormt een ernstige bedreiging voor de wereldwijde toeleveringsketens. Als de scheepvaart door de Straat van Hormuz vrijwel geheel tot stilstand zou komen, zou dat volgens de OESO en het Internationaal Energieagentschap gevolgen hebben voor ongeveer 25% van de wereldwijde handel in olie over zee en bijna 20% van de wereldwijde handel in vloeibaar aardgas.
  •  

    AFBEELDING 2: GROEIPERCENTAGE VAN INVOER- EN UITVOERVOLUMES



    ch1_fig2_raw data
    Bron: IMF World Economic Outlook Database, vooruitzichten van april 2026
     
     

GRONDSTOFPRIJZEN

  • Gedurende het grootste deel van 2025 boden de grondstoffenmarkten een gunstig klimaat voor de binnenvaart en voor de markt die deze bedient. De eerste maanden zorgden inderdaad voor een aanzienlijke verlichting voor de scheepsexploitanten door lagere brandstof- en exploitatiekosten. Tegen het einde van het jaar stegen de energieprijzen (met name die van ruwe olie en aardgas) echter, en raakten de wereldwijde toeleveringsketens opnieuw verstoord. Deze ontwikkelingen aan het einde van het jaar maakten een deel van de eerdere kostenverlichting ongedaan. Dit leidde tot hogere en minder voorspelbare bedrijfskosten, met name voor de Europese chemische en verwerkende industrieën die afhankelijk zijn van de binnenvaart.
  •  

    AFBEELDING 3: INDEXCIJFERS VAN GRONDSTOFPRIJZEN (2016 = 100)


    ch1_fig3_raw data
    Bron: IMF World Economic Outlook Database, vooruitzichten van april 2026
     

    RUWE OLIE

    • De prijzen voor ruwe olie waren gedurende het grootste deel van 2025 over het algemeen laag, met een jaargemiddelde van 67,74 Amerikaanse dollar per vat, wat neerkomt op een daling van 14,4% ten opzichte van het jaar 2024. Deze daling betekende een aanzienlijke verlichting voor exploitanten in de binnenvaart doordat hun brandstofkosten daalden. Deze periode van verlichting werd echter in de tweede helft van het jaar abrupt onderbroken. Tussen augustus 2025 en maart 2026 schoten de prijzen voor ruwe olie met 57,6% omhoog en kwamen uiteindelijk bij 105,8 Amerikaanse dollar per vat te liggen, omdat militaire conflicten in het Midden-Oosten de scheepvaart door de Straat van Hormuz verstoorden en cruciale wereldwijde scheepvaartroutes dreigden weg te vallen.

     

    GAS EN STEENKOOL

    • De aardgasprijzen volgden een vergelijkbare ontwikkeling als die van olie; na een relatief stabiele periode schoten de prijzen eind 2025 omhoog als gevolg van verstoringen in het aanbod. Vanaf augustus 2025 stegen de prijzen op het Europese handelsplatform Title Transfer Facility (TTF) met 61%. In Azië kenden de markten voor vloeibaar aardgas (LNG) een nog sterkere stijging: vanaf augustus 2025 stegen de prijzen met 80,6% als gevolg van de verstoringen in het Midden-Oosten. Daarentegen stegen de prijzen op de Henry Hub in de Verenigde Staten slechts licht, met 4,9% tot 3 Amerikaanse dollar per miljoen BTU (Britse thermische eenheden), grotendeels omdat de exportfaciliteiten al bijna op maximale capaciteit draaiden, waardoor binnenlands gas niet naar internationale markten werd omgeleid.

     

    LANDBOUWGRONDSTOFFEN EN LEVENSMIDDELEN

    • De landbouwgrondstoffen lieten in 2025 een gemengd beeld zien. In de eerste helft van het jaar bleven de voedselprijzen zwak, waarbij de graanprijzen daalden tot historische dieptepunten. De bredere prijsindex voor voedsel en dranken van het IMF steeg echter vanaf augustus 2025 met 4,7%, voornamelijk als gevolg van stijgende voedselprijzen die de dalingen in de kosten van dranken compenseerden. De graanprijzen begonnen tegen het einde van het jaar weer te klimmen als gevolg van opkomende zorgen over het weer in belangrijke productieregio’s. Vooruitkijkend wordt verwacht dat de voedselprijzen, in tegenstelling tot de drankprijzen, in 2026 met 6,0% zullen stijgen.

 

INSCHATTING VAN DE ECONOMISCHE TOESTAND – CONSUMENTENVERTROUWEN

  • Het consumentenvertrouwen geeft een indicatie van de ontwikkelingen in de consumptie en het spaargedrag van huishoudens. Een waarde boven de 100 in de Economische Vertrouwensindex (ESI, Economic Sentiment Indicator) duidt op een toename van het vertrouwen van consumenten in de toekomstige economische situatie en wijst erop dat consumenten meer geneigd zijn geld uit te geven. Waarden onder de 100 duiden op een pessimistische houding ten aanzien van toekomstige economische ontwikkelingen, wat mogelijk leidt tot een neiging om meer te sparen en minder te consumeren. Het consumentenvertrouwen heeft invloed op het containervervoer: een hoog consumentenvertrouwen leidt tot meer containervervoer.
  • In 2025 toonde de ESI voor de EU over het gehele jaar gezien een traject van geleidelijk herstel, beginnend bij 95,8 in januari en oplopend tot 97,1 in december. Hoewel de index onder de langetermijnbasislijn van 100 bleef, lieten de gestage toenames van maand tot maand – met name in het laatste kwartaal – zien dat het vertrouwen in de lidstaten toenam. Tegen het einde van 2025 volgde de eurozone (20 landen) een vergelijkbare trend en sloot het jaar af op 96,7, wat een stapsgewijze toename van het vertrouwen in de industrie- en dienstensector weerspiegelde. Voor het eerste kwartaal van 2026 bereikte de EU-27-indicator in januari een piek van 99,0, waarna deze in april terugliep tot 93,5. Deze minder optimistische stemming kan worden toegeschreven aan de economische onzekerheid in verband met de aanhoudende geopolitieke conflicten en de verwachte prijsstijgingen in diverse economische sectoren.

 

BELANGRIJKSTE GEVOLGEN VOOR DE RIJN- EN DONAUVAART IN HET KORT

  • Over het geheel genomen bood het macro-economische klimaat in 2025 een gemengd maar over het algemeen positief beeld voor de Rijn- en Donauscheepvaart. Later in het jaar verslechterden de omstandigheden. De binnenvaartsector profiteerde van de daling van de gemiddelde prijzen voor ruwe olie met 14,4%, waardoor de brandstofkosten gedurende grote delen van het jaar lager uitvielen. Ondanks een groei van 5,1% van het wereldwijde handelsvolume, liep het containervervoer op de Europese binnenwateren in 2025 qua tonnage en TKM juist iets terug. Toch steeg het containerverkeer gemeten in TEU licht, wat hoofdzakelijk te danken was aan de ontwikkelingen in Nederland. Wel had de sector in deze periode te maken met nogal wat uitdagingen. De zwakke economische prestaties van Duitsland (BBP-groei van 0,2%) beperkten de vraag naar traditioneel industrieel bulkvervoer over de traditionele Rijn. Daarentegen profiteerde de Nederlandse Rijnregio van de iets sterkere economische bedrijvigheid in Nederland (+1,9%) en de meer gematigde groei in België (+1,0%), wat bijdroeg aan een stabielere vervoersactiviteit. Tegen het einde van het jaar 2025 zorgden de plotselinge stijgingen van de aardgasprijzen, in combinatie met hernieuwde verstoringen in de toeleveringsketens, voor hogere operationele kosten en moeilijkere omstandigheden, met name voor de Europese chemische en verwerkende industrieën — sectoren die traditioneel gezien juist veel door de binnenvaart laten vervoeren. Vooruitkijkend naar 2026 blijven de vooruitzichten voor de binnenvaart onzeker en sterk afhankelijk van de nieuwe economische en handelsrealiteiten.
Privacy Overzicht

Deze website maakt gebruik van cookies om u de best mogelijke gebruikerservaring te bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in uw browser en voert functies uit zoals herkenning op uw site, zodat ons team weet welke gebieden van de site voor u het meest interessant en nuttig zijn.