Voorwoord

CCR


2025: Varen in woelige tijden
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft het grote genoegen u hierbij de editie 2026 van haar Jaarlijkse Marktobservatierapport te presenteren, dat ook deze keer weer in nauwe samenwerking met de Europese Commissie tot stand is gebracht.
In 2025 werd de veerkracht van de binnenvaartsector opnieuw op de proef gesteld door een toenemend complexe economische en geopolitieke context. De groei van het BBP bleef weliswaar vrij solide, maar de economische omstandigheden in Europa werden onzekerder, en dat was met name ook het geval in industriële sectoren die sterk leunen op transport door de binnenvaart. Tegen het einde van het jaar liepen de spanningen in het Midden-Oosten op en door de stijgende prijzen voor ruwe aardolie en aardgas liepen de kosten op, met meer onzekerheid voor de Europese industrie en vervoersmarkten als gevolg.
Tegen deze achtergrond daalden de over de Rijn vervoerde hoeveelheden in het algemeen, met slechts weinig vrachtsegmenten waar groei geboekt werd. Het vrachtvervoer over de Donau liep ook terug, maar het segment van de riviercruises heeft juist zijn positieve trend voortgezet. De scheepvaartomstandigheden zijn er ook niet echt beter op geworden, want beide rivieren hadden in 2025 met meer laagwaterdagen te kampen dan in 2024. Al deze ontwikkelingen wijzen erop dat de inspanningen om de concurrentiekracht en flexibiliteit van de binnenvaart te verhogen voortgezet moeten worden. Dit is vooral van belang als men denkt aan de belangrijke bijdrage van deze sector aan het concurrentievermogen in Europa, de duurzaamheid en de stabiliteit binnen de leverketens. Een wezenlijk aspect van deze veerkracht veronderstelt een gedegen inzicht in de markt.
 
Nieuwe inzichten in de marktontwikkelingen
Het rapport van dit jaar biedt niet alleen een analyse van de marktontwikkelingen, maar introduceert ook nieuwe analytische tools waardoor men een beter zicht krijgt op de factoren die in deze sector een rol spelen. In 2025 werden de vrachtprijzen bijvoorbeeld aangepast om rekening te houden met de stijgende kosten. Uit de analyse bleek dat de operationele kosten de afgelopen jaren sneller stegen dan de vrachtprijzen. Als gevolg daarvan is de winstmarge onder druk komen te staan, behalve tijdens de laagwaterperiodes.
Het rapport biedt voor de eerste keer ook econometrische modellen die laten zien wat de belangrijkste invloedfactoren zijn voor de transportvraag van aardolieproducten en ijzerertsen over de Rijn. Belangrijke langetermijntrends werden bevestigd, met inbegrip van de structurele daling in het vervoer van aardolie als gevolg van de energietransitie. Deze modellen bieden ondersteuning voor de strategische besluitvorming doordat zij betere informatie leveren.
Het is belangrijk om te weten welke kant de marktontwikkelingen op gaan, maar het is net zo belangrijk om vast te stellen dat deze sector over een opmerkelijke gave beschikt om zich aan te passen. Dit bredere perspectief wordt nader beschreven in het begeleidende voorwoord van de IVR (Internationale Vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de binnenvaart en verzekering en voor het houden van het register van binnenschepen in Europa), dat de hedendaagse transitie in een ruimere historische context plaatst.

 
Een woord van dank
Ik wil graag alle partners die aan deze publicatie hebben bijgedragen, danken voor al hun input die de totstandkoming van dit rapport mogelijk heeft gemaakt: de Donau-, Moezel- en Savacommissie, de CITBO (Corporation Inland Tanker Barge Owners), de EBU (Europese Binnenvaart Unie), de ESO (Europese Schippers Organisatie), Rijkswaterstaat, de IVR, de heer Arnulf Hader, Eurostat, Destatis, de nationale bureaus voor de statistiek, havens en vaarwegbeheerders, en de talrijke andere stakeholders.
Een speciaal woord van dank geldt mevrouw Frouwke de Vries, secretaris-generaal van de IVR, voor de jarenlange, zeer gewaardeerde samenwerking en voor het voorwoord dat zij geschreven heeft voor deze editie van het rapport. Ik wil ook graag mijn grote waardering uitspreken voor al mijn collega’s van het CCR-secretariaat, die met veel toewijding en expertise de complexe gegevens weten om te zetten in een waardevol, gedegen inzicht in de markt.
De CCR blijft zich inzetten voor het ondersteunen van een binnenvaartsector die veerkrachtig, concurrentieel en duurzaam is. Wij gaan ervan uit dat het Jaarlijkse rapport van de marktobservatie 2026 ook nu weer een waardevolle referentie blijft voor beleidsmakers, industriële stakeholders en alle partijen die beroepsmatig betrokken zijn bij de binnenvaart.

 

Hester Duursema, secretaris-generaal
Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR)

IVR


Het is zowel een genoegen als een eer voor mij om een bijdrage te leveren aan het voorwoord bij het jaarrapport van de Marktobservatie van de CCR, dat in nauwe samenwerking met de EC tot stand is gekomen. Van jaar tot jaar levert deze publicatie waardevolle inzichten in de ontwikkeling van de Europese binnenvaart en biedt het rapport beleidsvormers, professionals uit het bedrijfsleven, onderzoekers en andere stakeholders een veelomvattend overzicht van de trends, uitdagingen en kansen die onze sector uitmaken.
Het schrijven van dit voorwoord biedt ook een gelegenheid om stil te staan bij de langjarige relatie tussen de CCR en de IVR. Onze organisaties hebben een gedeeld verleden dat meer dan een eeuw beslaat. De IVR werd opgericht in Frankfurt am Main in 1877 en wij bereiden ons nu voor op de naderende belangrijke mijlpaal van haar 150-jarig bestaan, dat wij in 2027 zullen vieren.
Toen de IVR zich in 1947 hervestigde in Rotterdam, aarzelde de CCR niet om de vernieuwde vereniging te steunen en te beschermen. De oorspronkelijke leden waren Nederlandse, Franse, Zwitserse en Belgische organisaties en het was onder auspiciën van de CCR dat de vereniging in deze vroege jaren zich verder wist te ontwikkelen.
Vandaag de dag zijn onze leden afkomstig uit dertien verschillende Europese landen en vertegenwoordigen zij elk onderdeel van de Europese binnenvaart, waarbij de geest van de internationale samenwerking nog steeds even belangrijk is. Ons gedeelde verleden, dat terug te vinden is in de historische stukken waar de IVR over beschikt, biedt een waardevol perspectief nu de binnenvaart opnieuw een tijdperk van transformatie tegemoet gaat.
Het Europese scheepsregister dat de IVR sinds 1879 bijhoudt, biedt een beeld van de uitzonderlijke ontwikkeling van de binnenvaart en laat ook zien hoe innovatie het concurrentievermogen en de weerbaarheid van de sector steeds weer wist te bevorderen.
De hele discussie over duurzaamheid en transitie wekt tegenwoordig nogal eens wat weerstand op of onzekerheid. Maar met bijna 82% van de vloot die in 1926 met “nul emissies” wist te varen, herinnert de geschiedenis ons eraan dat onze sector met veel succes al eerder enorme transformaties heeft doorgemaakt. De binnenvaartbranche heeft al meerdere keren haar weerbaarheid, pragmatisme en innovatieve wendbaarheid weten aan te tonen.
De uitdagingen waar we vandaag de dag mee geconfronteerd worden zijn ongetwijfeld een zware dobber. De wereldwijde geopolitieke ontwikkelingen hebben directe en onmiddellijke consequenties voor onze bedrijfstak. De handelsroutes verschuiven, het economisch vertrouwen staat onder druk en de logistieke ketens worden steeds fragieler. Tegelijkertijd verwacht men dat de binnenvaart vaart zet achter de transitie naar klimaatneutraliteit, met behoud van haar rol als één van de meest duurzame vrachtvervoerders.
Al deze uitdagingen onder één noemer brengen vereist een collectieve verantwoordelijkheid. We investeren in digitalisering en slimme infrastructuur, maar mogen niet vergeten dat het onderhoud en de modernisering van de fysieke waterweginfrastructuur in Europa minstens net zo dringend zijn. Dat neemt niet weg dat ik er nog steeds van overtuigd ben dat de huidige innovaties een kans bieden, niet alleen om de positie van de binnenvaart te behouden, maar ook om deze nog verder uit te bouwen. Net zoals de stoomschepen en later de verbrandingsmotoren de sector meer dan een eeuw geleden getransformeerd hebben, kunnen de huidige technologische innovaties van de binnenvaart opnieuw een transportoplossing maken die nog aantrekkelijker en competitiever zal zijn.
Het is een illusie om te denken dat innovatie genoeg is om deze klus te klaren. Het vergt samenwerking in de hele waardeketen. Alleen door er gezamenlijk de schouders onder te zetten, scheppen we de voorwaarden voor een succesvolle en bestendige transitie. De IVR hoopt daaraan bij te dragen door de verschillende partijen in onze sector bijeen te brengen en te verbinden.
Tot slot wil ik graag mijn welgemeende waardering uitspreken voor de secretaris-generaal en het secretariaat van de CCR voor de uitstekende samenwerking die de relatie tussen onze instellingen al tientallen jarenlang kenmerkt. Ik ben ervan overtuigd dat wij op basis van dit fundament onze samenwerking kunnen voortzetten om ervoor te zorgen dat de Europese binnenvaartsector weerbaar blijft, innovatief en goed gepositioneerd om de uitdagingen en kansen van de toekomst aan te gaan.

 
Frouwke de Vries, secretaris-generaal
IVR